Wetten

Cliëntenparticipatie

De wet schrijft voor dat er iedere gemeente een vorm van cliëntenparticipatie moet organiseren (zie artikel 47 PW):

Artikel 47. Cliëntenparticipatie

De gemeenteraad stelt bij verordening regels over de wijze waarop de personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij de uitvoering van deze wet, waarbij in ieder geval wordt geregeld de wijze waarop deze personen of hun vertegenwoordigers:

  • vroegtijdig in staat worden gesteld gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen;
  • worden voorzien van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen;
  • deel kunnen nemen aan periodiek overleg;
  • onderwerpen voor de agenda van dit overleg kunnen aanmelden;
  • worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie.

De wet schrijft bovendien voor dat de cliëntraad moet worden bemand door mensen die als cliënt/uitkeringsgerechtigde betrokken zijn bij de uitvoering van de uitvoering van het socialezekerheidsrecht. De cliëntenparticipatie is géén vrijblijvende zaak, want het is voorgeschreven in normverdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO-Conventie nr. 102, art. 72) en de Raad van Europa (Europese Code inzake sociale zekerheid, art. 71).

Dit betekent dat burgers die gebruik maken van de sociale voorzieningen, moeten mee kunnen praten over het gemeentelijke beleid.  De gemeente Roerdalen heeft dat gedaan door het instellen van de Cliëntenraad Roerdalen (CRR).  De Cliëntenraad Roerdalen (dus oprichting, samenstelling en taken) is geregeld in de verordening Cliëntenparticipatie uit 2015. Overigens is met de invoering van de Participatiewet in 2015 al een wettelijk kader vastgelegd voor de invoeren van een cliëntenparticipatie in elke Nederlandse gemeente, zo ook in de gemeente Roerdalen. De Landelijke Cliëntenraad heeft het volgende kennisdocument ten aanzien van een cliëntenparticipatie opgesteld: Kennisdocument_LCR_wettelijk_kader_clientenparticipatie 2015

Participatiewet

In de Participatiewet zijn vanaf 2015 drie groepen ondergebracht: mensen met een bijstandsuitkering, mensen die voorheen in aanmerking zouden komen voor een SW-indicatie en Wajongers die niet (meer) in aanmerking komen voor een Wajong-uitkering.

Procedure aanvraag bijstandsuitkering

Voor de aanvraag van een uitkering op basis van de Participatiewet (eigenlijk ‘de bijstand’) geldt in de gemeente Roerdalen de volgende procedure:

  1. U meldt zich bij het UWV in Roermond als werkzoekende en laat zich als werkzoekende inschrijven. Het UWV Werkbedrijf is in Roermond op de Looskade gevestigd en is te bereiken via telefoonnummer 0475 786500.
  2. Via een e-mail krijgt u dan een uitnodiging voor een zogeheten startgesprek, waarbij al wordt nagegaan of u recht heeft op een bijstands- of aanvullende uitkering. Indien u niet over e-mail beschikt, krijgt u gewoon alle uitnodigingen en documenten per post toegestuurd.
  3. De consulent van het UWV legt vervolgens uit dat werk voorop staat en overhandigt u een zogenoemd ‘werkboek’, waarin een inspanningsplan zit en uw verplichtingen worden vermeld. Deze verplichtingen houden onder andere in dat u wordt verplicht om de workshops bij het UWV te volgen en dat u – logisch natuurlijk – moet solliciteren.
  4. Vervolgens belt u de gemeente op en vertelt u dat u een uitkering PW wilt aanvragen en dat u de stappen 1 t/m 3 al heeft doorlopen.
  5. Vanaf 1 januari 2015 hanteert de gemeente Roerdalen een wachtmaand: iedereen die een bijstandsuitkering aanvraagt, moet eerst een maand wachten voordat de aanvraag in behandeling wordt genomen. Tijdens die wachtmaand moet de aanvrager, die overigens nog nergens recht op heeft, wel voldoen aan allerlei verplichtingen die gemeente stelt, zoals het volgen van workshops of het inschrijven bij vele uitzendbureaus. Na die wachtmaand wordt de aanvraag pas in behandeling genomen en geldt de gebruikelijke reactietermijn van maximaal 8 weken volgens de Algemene wet bestuursrecht.

U komt in aanmerking voor een bijstandsuitkering als u niet genoeg geld heeft om van te leven, u geen betaald werk heeft (gevonden) of u geen recht heeft op een andere uitkering of geen vermogende/verdienende partner heeft.

Niet in aanmerking voor bijstand

Niet iedereen komt in aanmerking voor een bijstandsuitkering. Dan kan het geval zijn als:

  1. u een opleiding volgt en daardoor recht heeft op studiefinanciering
  2. illegaal in Nederland bent
  3. of in de gevangenis zit

Vermogenstoets

Om in aanmerking te komen voor bijstand, moet uw eigen vermogen onder een bepaalde grens liggen.  Op grond van artikel 34, lid 1, sub a van de Wet werk en bijstand wordt onder vermogen verstaan: “de waarde van de bezittingen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, verminderd met de schulden.”

Mensen hoeven niet al hun spaargeld op te maken vóór ze in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering. De vermogensgrens ligt in 2017 als volgt:

  • alleenstaande € 5.940,00;
  • alleenstaande ouder € 11.880,00;
  • gehuwden/samenwonenden tezamen € 11.880,00.

Alle vermogen boven deze grens zal eerst moeten worden ‘opgegeten’ alvorens in aanmerking te kunnen komen voor bijstand. Onder het vermogen valt niet alleen het spaartegoed maar ook de dagwaarde van de auto. Mensen met een eigen huis mogen niet meer dan € 49.700,00 aan waarde bezitten (de waarde van de woning minus de af te lossen hypotheek). Op basis van artt. 35 en 36 Wet bescherming persoonsgegevens kunt u altijd uw gegevens bij de afdeling WIZ laten aanpassen, verwijderen of corrigeren; dat geldt ook voor de vaststelling van uw vermogen. Kijk bij voorbeeldbrieven voor een aanvraag hiervoor.

Kostendelersnorm

Vanaf 1 januari 2015 geldt de kostendelersnorm in de bijstand. Dat houdt in dat de uitkering lager wordt naarmate er meer volwassenen (niet-zijnde de echtgenoot) in één woning hun hoofdverblijf hebben. Voor bestaande bijstandsgerechtigden geldt een overgangsrecht: voor deze groep gaat de kostendelersnorm vanaf 1 juli 2015 in. Lees de berekening: Berekening kostendelersnorm PW 2015

“Mensen in de bijstand worden onevenredig hard gekort op hun uitkering als ze een huis delen met anderen. Het kabinet gaat ervan uit dat zij veel kosten kunnen delen met hun huisgenoten, maar dat blijkt maar ten dele te kloppen.  Alleenstaanden in de bijstand blijken door de kortingen al gauw zo’n 120 euro per maand tekort te komen voor de noodzakelijkste uitgaven, gezinnen met kinderen soms zelfs 200 euro. Dat blijkt uit berekeningen die onderzoeksbureau Regioplan heeft gemaakt in opdracht van de Amsterdamse wethouder Arjan Vliegenthart (SP). Die wilde weten hoe de zogeheten kostendelersnorm, begin vorig jaar ingevoerd door staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA), in de praktijk uitpakt.
De gedachte achter de kostendelersnorm is eenvoudig. Wie in één huis woont, deelt bepaalde kosten (huur, gas en licht, televisie, enzovoorts) met zijn huisgenoten. Die kan dus toe met een lagere bijstandsuitkering. Een bijstandsgerechtigde die met één andere volwassene een woning deelt, loopt daardoor ruim tweehonderd euro mis en per extra medebewoner gaat die korting verder omhoog.
Maar deze kostendelerskorting is hoger dan wat mensen in de bijstand besparen doordat ze een woning delen, blijkt uit het Regioplan-onderzoek. Dat komt vooral omdat ook mensen die één huis bewonen veel uitgaven hebben die ze niet kunnen delen. Voor een alleenstaande gaat het volgens de berekeningen om 400 euro, voor gezinnen met kinderen om 960 euro aan ‘ondeelbare kosten’. Zij houden dus weinig geld over om bij te dragen aan huur en andere vaste lasten. Landelijk hebben ruim 60.000 mensen in de bijstand te maken met de kostendelersnorm. In Amsterdam ligt het percentage dat gekort wordt met 17% iets hoger dan in de andere grote steden (15 à 16%) en de rest van Nederland (14%). Driekwart van de kostendelers is alleenstaand. Juist alleenstaanden zitten vaak krap. Volgens het Nibud, kenniscentrum op het gebied van huishoudinkomens, hebben alleenstaanden met een gewone bijstandsuitkering net genoeg voor het ‘basispakket’ (de onontkoombare uitgaven) plus maandelijks vijf tientjes voor zaken als sport, vakantie of een huisdier. Maar door de kostendelersnorm zakken ze onder de grens van wat ze per maand nodig hebben, zelfs voor die noodzakelijkste uitgaven.
Voor andere gemeenten kunnen de bedragen net iets anders uitpakken dan in Amsterdam, bijvoorbeeld als gevolg van verschillen in gemeentelijke belastingen en minimaregelingen. Maar volgens het Nibud maakt dat niet veel uit, hoogstens een paar tientjes per maand. “Deze problematiek speelt overal”, zegt de Amsterdamse wethouder Vliegenthart. Hij is ook voorzitter van een commissie die zich namens de VNG, de verenigde gemeenten, met werk en inkomen bezighoudt. “De kostendelersnorm blijkt op foute berekeningen te berusten. Dat moet rechtgezet worden.” Volgens het ministerie van sociale zaken is er geen sprake van een foute rekenmethode. Het zegt zelf ‘onderbouwde en goed toepasbare’ normen te hebben ontwikkeld. Die leiden tot andere uitkomsten dan de Nibud-methode. (bron: www.trouw.nl, 3 november 2016).

Alleenstaand-woningdeler UWV

Vanaf 1 juli 2016 verander er bij het UWV een en ander wat betreft de toeslagen. Vanaf 1 juli 2016 veranderen namelijk de regels voor het bepalen van de hoogte van toeslag voor alleenstaanden. Bent u alleenstaand? En deelt u een woning met 1 of meer personen van 21 jaar of ouder? Dan bent u volgens de nieuwe regels mogelijk een alleenstaand-woningdeler. In dat geval verandert het bedrag dat u aan toeslag krijgt. Uw leefsituatie hangt af van of u met iemand samenwoont, en met wie. Tot 1 juli 2016 zijn er 2 verschillende leefsituaties mogelijk:

  • u bent getrouwd of daarmee gelijkgesteld;
  • u bent alleenstaand.

Vanaf 1 juli 2016 komt er een derde leefsituatie bij, namelijk de alleenstaand-woningdeler. Uw leefsituatie bepaalt hoe hoog het sociaal minimum is dat in uw situatie geldt. Het sociaal minimum gebruikt het UWV om te bepalen of u recht heeft op een toeslag.

Bewoners die het UWV niet meetelt als medebewoner zijn:

  • bewoners jonger dan 21 jaar;
  • studenten die een opleiding volgen waardoor zij recht kunnen hebben op studiefinanciering of een tegemoetkoming in de studiekosten;
  • studenten die een Beroeps Begeleidende leerweg (BBL) volgen;
  • bewoners in een verpleeghuis of groepswoning voor gehandicapten volgens de Wet langdurige zorg (Wlz);
  • bewoners met een eigen huurcontract bij dezelfde verhuurder. Is dit bij u het geval? Stuur dan zowel uw huurcontract als dat van deze andere bewoner(s) mee met uw aanvraag of uw wijzigingsformulier;
  • uw verhuurder of huurder. Is dit bij u het geval? Stuur dan bij uw aanvraag of uw wijzigingsformulier zowel uw huurcontract als dat van uw (ver)huurder mee.
    Let op: is uw verhuurder of huurder naaste familie? Bijvoorbeeld uw opa, vader, (schoon)zus, of (klein)kind? Dan telt deze persoon wel mee als medebewoner. U hoeft geen contract mee te sturen.

IOAW en IOAZ

De IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers) is bestemd voor oudere langdurig werklozen, die 50 jaar of ouder waren op het moment dat zij werkloos werden, en voor gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen, ongeacht hun leeftijd. Bij de IOAW blijft het vermogen buiten beschouwing.

De IOAZ (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen) komen mensen van 55 jaar en ouder in aanmerkingen die noodgedwongen hun bedrijf of beroep moesten opgeven. Bij de vaststelling van de IOAZ wordt wel rekening gehouden met het vermogen, maar een vermogen tot € 129.511,00 wordt buiten beschouwing gelaten. Het vermogen boven dit bedrag wordt namelijk geacht jaarlijks een rendement van 4% op te leveren, die in mindering op de uitkering worden gebracht. Mensen die een IOAZ-uitkering maar een pensioentekort hebben, geldt dat een bedrag tot maximaal € 118.771,00 ten behoeve van aanvullende pensioenvoorzieningen buiten beschouwing wordt gelaten. Zowel de IOAW als de IOAZ vullen het totale inkomen van de rechthebbende en zijn of haar partner aan tot bijstandsniveau (zie voorgaande tabellen).

Per 1 juli 2015 geldt voor de IOAW en IOAZ de kostendelersnorm. Dan ontvangen alleenstaanden en alleenstaande ouders als zij samen een huis delen met één of meer meerderjarige personen, 68% van het bedrag wat voor gehuwden geldt. Uiteindelijk ontvangen per 1 januari 2019 alleenstaanden en alleenstaande ouders als zij een huis delen 50% van het bedrag wat voor gehuwden geldt.

Wettelijke beslistermijn

De afdeling WIZ moet volgens artikel 4:13, lid 1 Algemene wet bestuursrecht op uw aanvraag binnen een redelijke termijn een besluit nemen, maar in ieder geval BINNEN 8 weken (zie art. 4:13, lid 2 Awb). De Nationale Ombudsman schrijft in de Behoorlijkheidswijzer dat de gemeente zo snel mogelijk moet beslissen, en dat de wettelijk gestelde beslistermijn als UITERSTE termijn geldt, en niet als beslisregel. Helaas is in de praktijk echter zo, dat de gemeente de wettelijke beslistermijn als uitgangspunt neemt. Indien de gemeente deze termijn overschrijdt, kunt u op grond van artikel 4:17 Awb als gevolg van niet tijdig beslissen een dwangom eisen. De wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen biedt hiervoor mogelijkheden. Voor het eisen van een dwangsom is eerst de ingebrekestelling van het bestuursorgaan, dat het besluit moet nemen, nodig. Deze ingebrekestelling kan alleen als de beslistermijn is verlopen (na 8 weken) en moet schriftelijk door de aanvrager worden gedaan. Na deze ingebrekestelling heeft het bestuursorgaan nog 2 weken de tijd om een besluit te nemen. Na die twee weken (dus 10 weken in totaal: 8 weken volgens art. 4:13, lid 2 Awb en nog 2 weken na ingebrekestelling) kan pas de vordering voor een dwangsom ingaan.

Voor het berekenen van de laatste dag van de beslistermijn bij een bezwaarschrift geldt het volgende:

  • Wat is de dag na de laatste dag van de bezwaartermijn?
  • Is er (tijdig) verdaagd? Voor zes weken?
  • Is de beslistermijn opgeschort geweest, en indien ja, voor hoe lang?
  • Is de beslissing op het bezwaarschrift uitgesteld, en indien ja, voor hoe lang?

Als op de berekende dag nog geen beslissing op het bezwaar is verzonden, is er sprake van “niet tijdig” als bedoeld in de Wet dwangsom. Er zijn de volgende uitzonderingen waarbij er geen dwangsom verschuldigd is:

  •  het bestuursorgaan is onredelijk laat in gebreke gesteld
  • de aanvrager is geen belanghebbende is
  • de aanvraag  is kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond

Als het besluit nog niet is genomen, moet u de gemeente per brief in gebreke stellen. De gemeente heeft dan nog 2 weken de tijd om een besluit te nemen. Indien na die twee extra weken (in totaal kan de gemeente dus praktisch 8 weken over een te nemen besluit doen) nog steeds geen besluit is genomen, kunt u de eerste 14 dagen per dag € 20 vorderen; de volgende 14 dagen € 30 per dag; en de laatste 14 dagen € 40 per dag. De afdeling WIZ is gedurende deze procedure nog steeds verplicht om een besluit te nemen, en zodra het besluit is genomen, houdt uw vorderingsrecht op te bestaan.

Toeslagen

Als minima kunt u in aanmerking komen voor diverse toeslagen, zoals huur- of zorgtoeslag. Deze moet u bij de Belastingdienst aanvragen. Uitgangspunt is de hoogte van uw inkomen en bij huurtoeslag ook nog de hoogte van de huur; deze mag maar tot een bepaalde maximumhoogte komen. De maximum hoogte van de huur om in aanmerking te komen voor huurtoeslag wordt bepaald door de gemeente; dat kan dus per regio verschillen.

Sinds kort betaalt de Belastingdienst alle toeslagen nog maar op 1 rekeningnummer uit. Dit betekent dat de huurtoeslag niet meer direct bij de woningbouwvereniging wordt overgemaakt, maar eerst naar u. U moet dus de volledige huur zelf overmaken, want u krijgt nu zelf de huurtoeslag op uw rekening. Helaas heeft de Belastingdienst momenteel achterstand opgelopen bij het uitbetalen van de toeslagen. Als dat ook bij u het geval is, neem dan contact op met uw consulent van de gemeente, uw woningbouwvereniging, uw zorgverzekering en uw energieleveranciers om problemen met betalingen of achterstanden in de betalingen te bespreken! Klik hier voor een relaas uit Sittard.