UWV maakt veel fouten bij beoordeling zieken

Het blijkt dat het UWV veel fouten maakt bij de beoordeling van mensen met een ziekte of beperking, die weer aan het werk moeten of kunnen. Dagblad Trouw heeft op basis van een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) interne rapporten van het UWV ingezien. Het blijkt dat er bij 1 op de 3 dossiers reden voor twijfel is of de beoordeling wel juist is. Dat is een ruim percentage, die 33%, zeker als men weet dat het gaat om belangrijke zaken zoals gezondheid en uitkeringen. Immers, de meeste mensen worden als gevolg van een politieke tendens (‘iedereen moet meedoen’) NIET meer volledig afgekeurd, maar grotendeels of deels goedgekeurd, zodat de instroom in de WIA praktisch ‘op slot’ zit. Dat wil de regering ook: zo min mogelijk mensen met een uitkering, en worden vaak de eisen aangepast.

Bij de beoordeling wordt vooral uitgegaan van de restverdiencapaciteit: hoeveel kan iemand met zijn of haar ziekte/beperking nog wél verdienen. Hoe kleiner het verschil tussen inkomen gedaan voor ziekte/beperking en inkomen na ziekte/beperking, hoe groter de kans op goedkeuring. En dus geldt het ook andersom: hoe groter het verschil tussen het inkomen voor ziekte/beperking en inkomen na ziekte/beperking, hoe groter de kans op afkeuring. Kortom, de keuring heeft in feite niet veel te maken met de echte mogelijkheden of beperkingen die iemand heeft, maar met het inkomen.

Lees hier het artikel op nos.nl. En hier het onderzoeksartikel uit Trouw.